Welke instanties zijn belast met het opsporen/vervolgen van fraude?

Het Openbaar Ministeries (OM) is belast met het opsporen en vervolgen van alle strafbare feiten (gedragingen). Dit brengt mee dat het opsporen en vervolgen van alle fraudedelicten in de handen van het OM ligt. Overigens is het OM de enige instantie die tot vervolging van strafbare gedragingen mag overgaan.

Naast het OM zijn op grond van diverse wetten een aantal andere overheidsdiensten die belast zijn met het opsporen van strafbare feiten. Politieis zo een overheidsdienst die haar opsporingsbevoegdheden onder meer baseert op het Wetboek van Strafvordering, de Politiewet en de Opiumwet. Naast de politie zijn per 1 juni 2007 in de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten vier bijzondere opsporingsdiensten gewezen met elk hun eigen specialiteit. Deze vier opsporingsdiensten – met elk eigen bijzondere opsporingsambtenaren (ook wel BOA’s genoemd) – zijn:

 

Bij verdenking van een fraudedelict krijgt u ongetwijfeld te maken met één of meerdere opsporingsambtenaren van de bovengenoemde opsporingsdiensten. Vaak hebben deze opsporingsambtenaren vergaande bevoegdheden en mogen bijvoorbeeld de bijzondere opsporingsambtenaren (BOA’s) naast het opsporen van bijzondere delicten eveneens andere geconstateerde delicten betrekken in hun onderzoek.

Wat de opsporingsbevoegdheden betreft dient iedere (bijzondere) opsporingsambtenaar zich te houden aan de bevoegdheden voortvloeiende uit de wet. Deze opsporingsbevoegdheden hangen vaak af van de takenpakket van de (bijzondere) opsporingsambtenaar en volgen gewoonlijk uit het Wetboek van Strafvordering en in het bijzonder uit bijzondere wetgeving.

Recente reacties