In welke wetten wordt fraude strafbaar gesteld?

Fraudedelicten zijn in diverse wetten strafbaar gesteld. De strafbaarstelling van de zogenoemde gewone fraudedelicten is te vinden in het Wetboek van Strafrecht (WvSr), ook wel het gewone strafrecht genoemd. Voorbeelden zijn de wetsartikelen aangaande valsheid in geschrifte (artt. 225-235 WvSr), bedrog (artt. 326-339 WvSr) en faillissementsfraude (artt. 340-349). De term fraude komt overigens in het Wetboek van Strafrecht niet bepaaldelijk voor. 

De meer bijzondere fraudedelicten zijn te vinden in zogenoemde bijzondere (straf)wetgeving en kunnen onderverdeeld worden in fiscale fraudedelicten, economische/milieu fraudedelicten en sociale zekerheidsdelicten.

Bij fiscale fraudedelicten gaat het om belastingfraude.Belastingfraude is neergelegd in diverse belastingwetten waaronder de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR) dat geldt als de belangrijkste en de meest voorkomende belastingwet. Ingevolge artikelen 68 en 69 AWR kan strafrechtelijk worden opgetreden tegen een belastingfraudeur. Een ander voorbeeld van een belastingwet is de Algemene Douanewet. Bij douanefraude kan ingevolge artikel 10:5 Algemene Douanewet strafrechtelijk worden opgetreden. Fiscale fraudedelicten zijn verder te vinden in de Wet op het financieel toezicht, de Invorderingswet en de Wet op de Accijns.

Bij economische/milieu fraudedelicten gaat het vaak om delicten die economisch van aard zijn. Dit wil zeggen dat ze met het oog op economisch gewin worden gepleegd. Denk aan een mesthandelaar die zich niet houdt aan vergunningsvoorschriften door met een installatie, die op een andere plek vergund staat, mest te verwerken terwijl niks voor de bescherming van de bodem is geregeld. Een belangrijke wet bij dit soort fraudedelicten is de Wet op de Economische Delicten (WED). In de WED komen géén gedetailleerde strafbare gedragingen voor. De WED regelt juist de opsporing, vervolging en berechting van vele (gedetailleerde) strafbare gedragingen die neergelegd zijn in diverse andere wetten zoals de Wet Arbeid Vreemdelingen, de Mijnbouwwet, de Wet Milieubeheer of de Natuurbeschermingswet. Vaak verwijzen deze wetten weer naar verschillende Algemene maatregelen van bestuur (AMvB ’s)of ministeriële regelingen, die gemakkelijker inhoudelijk gewijzigd kunnen worden dan een wet.

Bij sociale zekerheidsfraude gaat het om fraude gepleegd in de sociale zekerheid waarbij diverse mensen of groepen – denk aan werkgevers, werknemers, werklozen, ouders, gepensioneerden of zieken – betrokken kunnen zijn. De sociale zekerheid is ervoor bedoeld om degenen die het minder goed hebben bij te staan. Het bijstaan kan bestaan uit een uitkering (in de vorm van geld) of een voorziening (bijv. een traplift voor bejaarden). De financiering van de sociale zekerheid gebeurt uit overheidsgeld. Bij fraude is er vaak sprake van verstrekking van onjuiste informatie door de fraudeur aan een overheidsinstantie waardoor de uitkering hoger uitvalt of waardoor de fraudeur ten onrechte een recht werft op een voorziening. Een voorbeeld hiervan is artikel 68 van Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten dat strafrechtelijke vervolging mogelijk maakt in geval onjuiste gegevens worden verstrekt aan bepaalde instanties.

De (gewone) fraudedelicten in het Wetboek van Strafrecht zijn in tegenstelling tot de fraudedelicten in bijzondere (straf)wetgeving ruimer en algemener geformuleerd, wat meebrengt dat vervolgen via het Wetboek van Strafrecht – daar waar vervolgen via bijzondere strafwetgeving niet kan – nog altijd mogelijk is. Bovendien hebben de straffen in het Wetboek van Strafrecht vaak een hogere strafmaxima, wat hoger straffen mogelijk maakt.

Recente reacties